Ik ga het helemaal anders aanpakken. De laatste blogs gaan teveel over dieren. Voor je het weet word je weggezet als een theemuts die haiku’s schrijft over poezen. Ik ga actuelere thema’s aanpakken, zoals de verkiezingen. Met kennissen hou je het een beetje vaag als de onvermijdelijke vraag valt : “Wat ga je stemmen ?”. Je mompelt iets over strategisch stemmen, over een stevige middenpartij of wat links van het midden. Met echte vrienden verklap je het geheim van het stemhokje en ga je in discussie.

Meneer Duisterman van de Buren zal PvdA stemmen. Hij houdt ervan de winst eerlijk te delen en is niet te beroerd om mij een vers gevangen muis in bed te brengen. Teun, de buurkat, rent binnen om te kijken of er nog wat te snacken valt. “Ik denk niet dat ik ga stemmen. Maar van mij mogen ze alle siamese trutten de grens overzetten.” Bello is voor natuurbehoud. Op eigen kracht houdt hij het hele natuurevenwicht in een belendend weiland in stand, vooral waar het gaat om de aanwas van de veldmuis. Partij van de Dieren ? “Ik dacht niet, die houden zich alleen maar bezig met knuffelvarkens. Heb je ooit gehoord dat ze zich inzetten tegen het ritueel castreren van katers ?” Een persoonlijk pijnpuntje. Het wordt dus GroenLinks. Tijgertje, die eigenlijk een watje is, piept: “Ik doe wel wat jij doet.”

“Vrienden, het is een heel eind lopen naar de plaatselijke dorpsschool waar gestemd moet worden. Geef je volmacht maar dan doe ik het wel”

Bingo, Jetta. Want wie het hart op de juiste plaats heeft en dat moet ergens links van het midden zitten verdient een paar stemmen. Zeker als je vrolijk blijft tijdens de reorganisatie van de vakbonden.

index

 

Wij zijn een winning team, Foppe de Haan en ik. Wij presteren het beste onder druk.

De andere buren waren ook op vakantie. (zie  blog: Pesto Koos). Ik verzorgde onder andere vier kippen en een haan. Dat is een gezellige taak en bovendien nog lucratief ook: vier eieren per dag. Mijn dagen vulden zich met omeletta’s, scrambeld eggs, gepocheerde eieren en hartige taarten. Gekookt eitje voor tussendoor. Kippen zijn gezellig en bovendien buitensporig nieuwsgierig. De haan heeft een fantastische kukel.

Op een vroege ochtend hoorde ik de haan niet kukelen maar krijsen. Als Batman vloog ik uit mijn bed en vond de haan in zijn hok tegenover een roofvogel. Tegen de roofvogel zei ik : “Jou zoek ik straks nog wel op in een boek.” De haan en ik evacueerde de kippen naar hun leghok. De haan ging weer met hoge strot voor de roofvogel staan. De kraaloogjes van de vogel hadden inmiddels een uitdrukking van : “Ik ben hier op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats.” De gealarmeerde dierenambulance zou terugbellen want ik weet niet hoe je een roofvogel uit een kippenhok haalt. Bij nadere inspectie bleek de vogel gevlogen. Na enige studie bleek het een buizerd geweest te zijn.

Drie kippen kakelden zich de ren in, een vierde had zich verstopt in het achterhuis van de ren en kwam ook tevoorschijn. Het ego van de haan was tot in zijn kam gegroeid. Vier kippen en een haan zonder naam. Na deze intense en gedeelde ervaring besloot ik dat ze namen moesten krijgen. Ik noem ze  Foppe de Haan, Tante Betje 1, Tante Betje 2, Tante Betje 3 en Anne Frank. En die avond, dankzij Foppe, waren de dames niet van de leg.

 

Als de buren links en rechts sleutels komen brengen, adressen en telefoonnummers achterlaten en briefjes met hoe om te gaan met levende have dan weet ik dat de zomervakantie op uitbreken staat.
Dat zijn weken dat ik mij met plezier wentel in de rol van concierge van een kinderboerderij die een paar erven beslaat. ’s Ochtends en ’s avonds doe ik de ronde, krijg kopjes van belendende poezen, ververs water, geef voer. Ik praat met geiten, kakel met de kippen en bedank ze voor de eieren. En Konijn Koos kriebel ik achter zijn oren. Als een konijn kon spinnen zou hij het doen.

Op een dag, toen ik met een vers worteltje, aan kwam lopen zag ik Koos dood in de wei liggen.
Hij was al oud en had het leven opgegeven. De dierenambulance kwam om hem op te halen en in een koelbox te leggen totdat de buren zouden terugkomen. Dan konden ze beslissen over de begrafenis van Koos.
Om mijn verdriet te verwerken zocht ik enige afleiding. Ik ging een nieuwe pesto ontwerpen. Het werd een zeer geslaagde, experimentele pesto. Ik kan hier geen ingredient noemen .Het recept blijft namelijk geheim want ik ga de pesto op de markt zetten onder de naam – ja een eerbetoon- Pesto Koos.

Later in de laatste dagen van mijn leven zal ik het recept van Pesto Koos met een gebroken stemmetje in het oor van de thuiszorg fluisteren. Ik hoop dat die thuiszorg een vrolijke Surinaamse vrouw is die vaag op Whoopi Goldberg lijkt en tijdens het uittrekken van mijn steunkousen in een gospel uitbarst.

http://www.brugsebuurten.be/verlorenhoek/fotos/ontbijt2.jpg

Ik weet dat hij een groepsverkrachter is. Groepsverkrachten is geen leuk gezicht, geen teder voorspel en geen loom, vertederd naspel. Toch mag ik hem. Elke mooie zomerochtend wacht hij mij op en we ontbijten samen. Ik nuttig een verantwoord linksom gedraaide bioyoghurt met een bijbehorende muslicombinatie van dingen die- zeg maar- ergens goed voor zijn. Op hoogtijdagen wil een croissant nog weleens genuttigd worden. Hij eet saffraanrijst. Sinds ik weet dat brood slecht voor hem is – zijn darmstelsel is er niet opgebouwd- geef ik hem saffraanrijst. Op een of andere manier houd ik van de door mij in elkaar geknutselde maaltijden altijd heel veel saffraanrijst over. Zijn slachtoffer heeft in de houtwal 10 eieren gelegd en zwemt inmiddels met zes pubers in de sloot. Wie van de groepsverkrachters de vader is blijft onduidelijk. Was het Ducky-Duck, mijn ontbijtgenoot, of was het Kwik, Kwek of Kwak ? Ornithologen zullen over een paar jaar versteld staan. In de omgeving van mijn woonplaats zwemmen opvallend gele eenden rond. Wat je met saffraan al niet kan doen.

index2

In het leven van de lezende mens zijn er cijfers, letters en leestekens. Laat ik meteen duidelijk zijn. Cijfers zijn ondergeschikt aan letters. Letters doen de inhoud en cijfers ondersteunen waar nodig. Ooit moest ik een jaarrekening met een tekort van een paar ton toelichten en – god zij dank- had ik de letters. Niet dat ik niet van cijfers houd. Het klassikaal opzeggen van de tafel van zeven koester ik nog altijd als dierbare herinnering. Ik wil een lans breken voor de leestekens. Ze zijn er wel en ook niet. In geen enkele recensie van een boek wordt aandacht gegeven aan het leesteken. Ze zijn dienstbaar, onopvallend aanwezig en doen in de schaduw van de letters hun werk. Daarom schreef ik vier gedichten bij wijze van ode aan het leesteken. Hier komen er twee:

Punt.

Een gretige lezer
schuwt de laatste punt
van het boek waarin hij woonde.

Hij leest de laatste punt
nog drie keer over.

Dubbele punt:

Dubbele punt:
zijn twee broertjes
zoals drie eenden
altijd neefjes zijn.

Dubbele punt:
haalt aan, laat dan
de woorden gaan.

PS. Wie een brief krijgt van de bibliotheek te V. ( breng nou eindelijk eens dat boek terug !) vindt deze gedichten op het briefpapier.

Ik ben opgevoed door  Donald Duck. Mijn ouders dachten dat ik opgevoed werd door Dr.Spock. De man had een boek geschreven hoe om te gaan met driftige kleuters. Maar ik werd opgevoed door Donald Duck.Wekelijks plofte het blad in de bus. Mijn zusje en ik vochten erom. Omdat zij ouder was en dus sterker won zij en ging het blad op de wc lezen, met het haakje erop. Donald Duck, een rare eend in een matrozenpakje met een vage relatie met drie neefjes. Nog  altijd als ik drie eenden zie denk ik: Dat zijn neefjes. De driftbuien van Oom Donald spraken mij zeer aan. Willy Wortel, een bevriende uitvinder, had eens een onbreekbaar krukje uitgevonden. Donald gooide het krukje in een waas van woede stuk. Kijk dat is nog eens karakter. Dan was er nog Guus Geluk, een opportunistische eend die het geluk aan zijn kont had hangen. Oom Dagobert, de vlees geworden kapitalist, die dagelijks een bad nam in zijn zwembad gevuld met geld. Vraag aan mijn generatie wie je het liefste zou willen zijn. Ik wilde Lampje zijn . Lampje was het vriendje van Willy Wortel. Hij had hem zelf uitgevonden en Lampje kwam altijd op ideeen. Dan ging  Lampje glimmen. Elke keer als ik een lamp verwissel omdat die, ook sterfelijk, definitief is uitgedoofd, denk ik aan Lampje. Ik wil Lampje zijn.

Er zijn mensen die op latere leeftijd nog een sluimerend of vermoed talent aanpakken. Dat doen ze met verve en veel overtuiging. Na een kleine halve eeuw een kantoorbaan te hebben uitgezeten gaan ze, desnoods met een versleten heup, wandelend richting Santiago De Compostella. Of aangestoken door alle culi-programma’s stortten zij zich op viersterrenrecepten na een leven dat vooral bestond uit mislukte tosti’s. Ik ken iemand die de kleuterdreun nog steeds  niet anders dan vals kan zingen maar zich een peperdure saxofoon heeft aangeschaft om Summertime uit Porgy en Bess te kunnen spelen. Mocht hier ironie in doorklinken dan alvast mijn excuus aan al die positivo’s die ook na hun zestigste een droom najagen.

De ironie slaat op mijzelf. Ik zou graag nog een echte vogelaar worden. Vogels herkennen aan hun vacht, hun getierelier en hun gedrag. Ik ken Ervaren Vogelaars die mij bijstaan.Zij geven mij de Vogelgids voor de jeugd  en een CD met vogelgeluiden. Maar er zit geen schot in. Ik kom niet verder dan het herkennen van vogels die hun eigen naam roepen en zelfs dat lukt niet altijd. Laatst hoorde ik een vogel die “You tube, you tube “riep. Naderhand bleek het een slecht articulerende koekoek te zijn. Handig is ook als de vogel heet naar zijn uiterlijk. Zo herken ik het roodborstje tenminste. Ik kan niet snel genoeg alle kenmerken van een vogel in mij opnemen. Dat moet een gebrek aan zintuigelijke coordinatie zijn. Laatst meende ik een driedubbel gevlekte Syberische hazelnotenkraker te hebben gezien. De Vogelaar feliciteerde mij met deze observatie. ” Je bent een van de drie Europeanen die hem gezien heeft. ” Over ironie gesproken.

Je kunt thuis bezorgd zitten wezen. Bezorgd over alles. Hoe moet dat nu met Syrie ? Straks krijgen de eenden in de tuin jongen en ik zie de reiger al wachten.
Is Job Cohen in een zwart gat gevallen ? Of zoals Nijhoff dichtte: “Denkend aan de dood kan ik niet slapen. En niet slapend denk ik aan de dood.” Een vicieuze cirkel van zorgmomenten.

Maar er is ook een vrolijke variant van Thuis, bezorgd. Er komen mannen langs met pakjes. De thuisbezorgmannen. De minst leuke maar toch nog leuke variant is dat je een pakje in ontvangst mag nemen voor de buren die niet thuis zijn. De hele dag gaat op met het raden wat er in zal zitten. Gluren of ze al thuis zijn en dan feestelijk het pakje gaan brengen. Stiekum dralen tot ze het openmaken. “Ah, een boek. Dat dacht ik al!” “Oh, een doos met wijn. Laat eens zien. Een mooi jaar, niet te lang laten liggen.” Het mooiste is natuurlijk als het pakje voor jou is. Het tweedehands boek in een druk beplakte enveloppe, geadresseerd in een orgineel handschrift. Of de schoenen die bezorgd worden in een doos die bijna nog mooier is dan de schoenen zelf. Wat kan ik niet allemaal met die doos doen ! Om te beginnen gaat de poes er de komende weken in slapen.

De meest recente bezorgman is de Magnetenman. Om mij moverende redenen had ik honderd magneten besteld die elk ruim een kilo kunnen dragen, besteld bij Magnetenplaza in Duitsland. Dagelijks kreeg ik een mail dat de Magnetenman er aankwam. Het duurde vier dagen maar dat begrijp ik. Onderweg zal hij zich met zijn vracht voortdurend moeten losrukken van lantaarnpalen, verkeersborden en andere magneetgevoelige objecten. Soms zal hij voorbijgangers moeten vragen om hem los te rukken. Ik plakte alle ijzeronderdelen bij de voordeur af met drie lagen karton. Zodat de Magnetenman niet zolang zou blijven plakken. Het ging mij tenslotte vooral om de magneten. De Magnetenman kwam en wist zich los te rukken. Ik ben de trotse bezitter van honderd magneten en een zorg minder.

Je hebt een nieuwe kennis met de potentie tot vriendschap. Je komt voor het eerst in elkaars woonomgeving. Na de eerste plichtplegingen- wat woon je hier leuk- wil je de boekenkast lezen. Niets is zo persoonlijk als een boekenkast. Met de ogen van een ander kijk ik naar mijn eigen boekenkast. Het is een struise boekenkast in elkaar getimmerd door mijn vader. Omdat ik een vage opleiding tot bibliothecaris heb gedaan staan de boeken op genre en daarbinnen op alfabet. Mijn I-pad staat dan ook op de I met daarnaast het boek I-pad voor senioren. Het boek is beter. Op een behoorlijk aantal strekkende meters rusten de boeken die met hartstocht verzameld zijn en met liefde gegeven zijn. Er kan niets meer bij dus ik heb mij de opdracht gesteld te gaan ruimen alsof het om een besmettelijk veevirus gaat. Het eerst gaan de gekregen boeken die de plank missloegen. Bij het uitpakken van zo’n cadeau weet je al zeker dat je het nooit gaat lezen. Het gegeven boek schuilt nog een aantal jaren op een plank uit eerbied voor de gever maar verdwijnt daarna in de recycling. Het volgende ruimen gaat onder het motto: “Kill your darlings”. Ooit had ik in mijn leven een Simone de Beauvoir-fase. Naar mate ik meer van en over haar las veranderde ze van een heldin tot een vervelende egocentrische, de waarheid naar haar hand zettende, heks. Ik heb drie keer een aanloop genomen om het volledige werk van haar hand te ruimen. Toen ik, met instemming,  de uitspraak over haar las- Simone de Beauvoir is een wekker in een ijskast- ging het hele zootje naar de kringloop. Zo kwam er weer plek voor nieuwe aankopen. Ik kocht een biografie over een prive-bibliotheek. Ook een bibliotheek die met liefde is opgebouwd . De baas van de boekenkast hield van Karl May, Don Quichot, Robinson Crusoe en Ibsens interpretatie van Peer Gynt. Boeken van filosofen als Nietzche en Schopenhauer, de biografie van Frederik de Grote. Word je van lezen een beter mens ? Die boekenkast was van Adolf Hitler.

Er raasde een medialawine door Nederland. Om de twintig minuten een up-date van de situatie waar niets over kon worden vermeld. Nederland bleek opeens minstens drie lawine-deskundigen te huisvesten wat opmerkelijk is voor een land waar het meer regent dan sneeuwt. Er dook een mediageile neurochirurg op die niet van het scherm was te branden. Het verlangen naar Koot en Bie groeide met de overkill aan typetjes maar eigenlijk zijn Koot & Bie overbodig geworden. De typetjes kunnen het tegenwoordig helemaal zelf. Ik zou zeggen: Niets meer aan doen.

Om uit de greep van de media te raken bezocht ik het Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat. Daar is een tentoonstelling naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Guus Luijters: “In memoriam”. Guus Luijters heeft 17.964 joodse kinderen in kaart gebracht die in de oorlog zijn weggevoerd en heeft geprobeerd bij de namen zoveel mogelijk foto’s toe te voegen. Hiermee heeft hij de vermoorde kinderen hun identiteit terug gegeven. Foto’s van kinderen die verwachtingsvol in de lens lachen, met vrolijke strikken in het haar, zondagse kleren aan en soms omringd door trotse ouders. Bij de foto’s staat een naam, een adres, een geboortedatum en de datum van overlijden. Die soberheid vertelt een niet te bevatten verhaal. “Isidoor Wegloop 13-08-26 Amsterdam- 16-04-43 Sobibor” Een jongen die niet ouder dan 17 zou worden kijkt ernstig in de lens.

Je kunt heel stil worden van oud nieuws dat te groot is voor een media-hype.

« Older entries